Kledij 

1) Het lagensysteem

Had buitensportkledij alleen maar tot doel het lichaam tegen koude te isoleren, dan zou een bontjas op zich de nodige warmte kunnen bieden. Deze aanpak is echter veel te beperkt, want wat als de temperatuur verandert, wat als het regent? Bovendien is een natte bontjas extreem zwaar en biedt hij geen geregelde warmte.
Het perfecte lagensysteem kwam over de jaren heen tot stand: het regelt onze lichaamstemperatuur en beschermt ons tegen de elementen. Het systeem werkt met drie eenvoudige, maar totaal verschillende kledinglagen die je kunt afstellen, niet alleen op weersveranderingen, maar ook op je eigen microklimaat. Word je lichaam aan koude blootgesteld, dan verliest het alarmerend snel warmte en in het uiterste geval treedt er hypothermie op wanneer de kerntemperatuur van je lichaam gevaarlijk daalt.
Om dit te vermijden kunnen we lagen toevoegen en kunnen we ons tegen de fel afkoelende effecten beschermen. Het lagenprincipe bestaat erin deze 3 lagen in je voordeel te gebruiken om in de buitenlucht veilig en comfortabel te kunnen functioneren.
Deze 3 basisprincipes zijn basislaag, tussenlaag (isolatie) en buitenlaag (schild).
 

 

Basislaag
De basislaag wordt rechtstreeks op de huid gedragen en vervult 2 functies:
Het voert zweet van de huid weg naar de buitenlagen,
houdt het lichaam warm (afhankelijk van de dikte van de laag).
De basislaag is in verschillende materialen verkrijgbaar, aangepast aan het seizoen.
Als basismateriaal wordt polyester gebruikt omdat dit warmte biedt, goed het zweet afvoert en comfortabel is om te dragen.
Stel dat je tijdens het wandelen een katoenen basislaag draagt, bijvoorbeeld een katoenen T-shirt, dan absorbeert het katoen het zweet en houdt het vast terwijl je een heuvel op loopt. Er treedt echter heel weinig verdamping op, met als gevolg dat waneer je de activiteit stopt het met zweet doordrongen katoenen T-shirt klam is en je lichaam koud en oncomfortabel aanvoelt. Je vermijdt dus best katoen in een van de lagen van het lagensysteem.

Tussenlaag (Isolatie)
Deze tussenlaag wordt op de basislaag gedragen. Dit kledingsstuk zorgt ervoor dat de lichaamswarmte wordt ingesloten en vormt een laag warme, stilstaande lucht.
Hier kan zowel fleece als dons als materiaal voorkomen.
Fleece wordt het meest als tussenlaag gedragen, het is een doeltreffende isolatiestof met een hoge warmte/gewichtsverhouding en is uiterst veelzijdig. Fleece droogt snel doordat de waterdamp snel kan ontsnappen, wat natuurlijk ook betekent dat het gevoelig is voor de wind. Fleecemateriaal op zich is niet winddicht tenzij het voorzien is van een winddichte voering.
De grootste producent van fleece is Maden Mills met hun polartec-gamma. Er bestaan drie soorten fleece.
Fleece 100 is een lichtgewicht fleece die ook als sterk isolerende basislaag kan fungeren. De fleece 200 is iets zwaarder en is de meest gebruikte soort fleece, dubbelzijdig en geschikt voor elke activiteit, uitstekende warmte/gewichtsverhouding. Fleece 300 is een zware dubbelzijdige fleece die echter zelden gebruikt wordt als tussenlaag omwille van zijn omvang. Als buitenlaag is die niet geschikt omwille van het feit dat hij niet water- en winddicht is.
Een donsjas heeft hetzelfde effect als een fleece 300, dons isoleert uitstekend maar is ook niet water- en winddicht. Zolang het droog blijft ben je er goed mee.

 

Buitenlaag (schild)
De buitenlaag dient ons enerzijds te beschermen tegen de wind, zodat de basis, -en tussenlaag de warmte kunnen insluiten en anderzijds tegen het water, zodat we droog blijven.
Bij de waterdichte buitenlagen kunnen we een onderscheid maken tussen de ademende en de niet-ademende stoffen.
Gore-Tex en Sympatex zijn voorbeelden van ademende stoffen. De buitenlaag die uitgerust is met een dergelijke ademend stof bevat een membraan met minuscule gaatjes waardoor de waterdampmoleculen die vrij komen bij het zweten naar buiten kunnen ontsnappen, maar de grotere waterdruppels de laag niet kunnen binnendringen.
 


De alom bekende K-Way is een voorbeeld van een niet-ademende waterdichte stof. Het nadeel van een dergelijk materiaal is dat het lichaamsvocht onder de vorm van condens aan de binnenzijde van de buitenlaag blijft en daardoor ook de onderliggende lagen vochtig worden.

Ook de cape is een niet-ademende waterdichte stof, maar door het model van dit kledingstuk kan het lichaamsvocht vrij gemakkelijk ontsnappen waardoor de vorming van condens beperkt blijft.
Windblock en Windstop zijn voorbeelden van winddichte materialen en bieden met hun lichte gewicht een ideale bescherming tegen de wind.
 

2)Functionaliteit van de kledij

Basislaag
Hierboven werd de functie van de basislaag reeds uitgelegd, nl. het wegvoeren van zweet van de huid naar de buitenlagen en het lichaam warm houden. Naargelang de klimatologische omstandigheden kan keuze gemaakt worden van de dikte van de basislaag. Het is belangrijk dat de basislaag voldoende bewegingsvrijheid geeft, nergens knelt en aangenaam aanvoelt om te dragen.

Tussenlaag
De dikte van deze tussenlaag hangt opnieuw af van de klimatologische omstandigheden. De verschillende soorten fleece werden hierboven reeds beschreven, nl de fleece 100, 200 en 300.
Ook de tussenlaag moet zorgen voor voldoende bewegelijkheid. Veel fleecen zijn uitgerust met stretch materialen om deze beweeglijkheid te bevorderen.
Vaak zijn ritsen aangebracht onder de oksels om zo voor de nodige verluchting te kunnen zorgen. Het kan ook handig zijn aan de polsen de fleece te kunnen toesnoeren met velcro, vooral in de winter is het aangenaam wanneer geen verdwaalde sneeuw via de mouwen binnenkomt.
Buitenlaag
De buitenlaag dient licht te zijn maar moet toch de nodige verstevigingen bevatten op de gevoelige plaatsen, zoals de schouders. Het is belangrijk te kijken waar de zakken zich bevinden op de bovenlaag. Koop je een jas om rugzak trektochten mee te maken, let er dan op dat de zakken zich niet op de heupen bevinden, want hier komt de heupband van de rugzak. Ook hier is opnieuw de bewegingsvrijheid belangrijk. Een verschillend design zal een andere beweeglijkheid teweeg brengen. Niet te onderschatten hierbij is de rol van het kapdesign. Het kan enorm vervelend zijn als de kap niet met het hoofd meebeweegt. De achterflap aan een vest ligt bij de ene in de smaak terwijl anderen dit liever niet hebben omdat het de beweeglijkheid kan beperken.
Ook het volume van het vest kan van belang zijn bij de keuze van aankoop. Een vest dat licht is en weinig plaats inneemt bij het opbergen is handig voor iemand die veel op tocht gaat.
Aangezien de buitenlaag gezien wordt is het belangrijk dat de kleur in bepaalde omstandigheden opvallend is, zoals in de sneeuw en in het verkeer, hier zijn reflecterende stroken zeker niet overbodig.
Ook op de broek dienen bepaalde plaatsen extra verstevigd te worden, zoals de knieën, de enkels en het zitvlak. En eveneens hier is het van belang erop te letten waar de zakken staan, welke kleur de broek heeft naargelang het doel van gebruik. Bepaalde broeken hebben bretellen, vooral deze die in zeer koude omstandigheden gedragen worden.